Uit de artikelen, die ik heb gelezen (Wikipedia, Orient express, Bibliotheek Vlissingen) wordt nogmaals duidelijk dat bibliotheken al een aantal jaren met 2.0. bezig zijn en er mee worstelen.
En dat de verandering van statische bibliotheek naar de dynamische 2.0.- informatiewerkplaats een ingrijpend proces is, waarbij met name snelheid essentieel is. Onze dienstverlening dient voortdurend geupdate te worden en dat vraagt nogal wat van ons.
Een 2.0.bibliotheek benadert de gebruikers interactief en sluit aan bij de tools die ze al kennen. Gesteund door de opvatting van Michael Stephens (de bibliothecaris moet de veranderingen volgen in hoe de gebruiker informatie tot zich neemt, verwerkt en produceert, en in dat proces een rol blijven spelen), denk ik dat we aardig op weg zijn (o.a.Digi-café, website, facebook), maar wel nog meer aandacht moeten geven aan het gebruik en de technologie van onze systemen.
Voorbeeld: ik merk dat veel gebruikers, die op onderwerp zoeken in onze catalogus en de online databanken dat op ‘hun’ Googlemanier doen (met woorden of zinnen, zoals ze op een internetpagina voorkomen) en niet ‘onze’ manier (op onderwerpsterm).
In ding 19 heb ik gezien hoe sociale catalogi de klant al iets tegemoet komen. Wise biedt dat, naar mijn idee, nog niet genoeg.
Bij de bibliotheek Vlissingen lees ik vooral de wens om mensen te helpen in de omgang met informatie en media. Dat zij verschillende ‘dingen’ aan diverse doelgroepen aanbieden vind ik een goede gebruikersgerichte 2.0.dienst. Verdient navolging!
Wat het netwerk 2.0. betreft: tja. . . .wat gebeurt daar en nodigt dit me uit om me aan te sluiten. . . De groepen hebben wel leden, maar de datum van inbreng kan varieren tussen de 10 dagen en de tien maanden. Geen bruisend gebeuren.
Een bijdrage aldaar, die best 2.0. genoemd mag worden, omdat het aansluit bij de gebruikers, betreft Gouda.
De bibliotheek, het archief en het museum bedachten een manier om de werking en het belang van bibliotheek en archief aan brugklassers in het Voortgezet Onderwijs uit te leggen. Aan de hand van een echt gebeurde zware misdaad - een moord bijvoorbeeld - die honderden jaren geleden in de omgeving van de huidige school was gepleegd, kregen brugklassers de opdracht om een reconstructie te doen. Wat gebeurde er precies en waar? Wie was de dader en tot welke straf werd hij of zij veroordeeld? Het viel me op dat ook over de technologie (een app!) goed was nagedacht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten